ECLI:NL:HR:2018:226
Hoge Raad · 20-02-2018 · zaaknummer 15/05754
Inhoudsindicatie
Art. 197 Sr en Terugkeerrichtlijn. Hof heeft verdachte wegens verblijf in NL na ongewenstverklaring veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de stappen van de terugkeerprocedure doorlopen waren zodat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kon worden opgelegd, is niet z.m. begrijpelijk, in aanmerking genomen dat het Hof niet is ingegaan op hetgeen namens verdachte is aangevoerd m.b.t. de presentatie van verdachte bij een ‘Task Force’ Nigeria teneinde haar uit te zetten. De omstandigheid dat “niet is gebleken (…) dat verdachte zelf actief heeft meegewerkt aan haar terugkeer” leidt niet tot een ander oordeel. Volgt vernietiging t.a.v. de strafoplegging en terugwijzing. Samenhang met 15/05752.
Advocaten
- M.W. Stoet
- P.C. Vegter
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
