Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2018:2145

Hoge Raad · 20-11-2018 · zaaknummer 16/03592

StrafrechtGepubliceerd 19-11-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94a Sv op banktegoeden en vordering van klager (vader van partner van A) t.b.v. verhaal in ontnemingszaak tegen A n.a.v. strafzaak ‘Rotterdamse havenaffaire’. Gegrondverklaring door Rb van klaagschrift strekkende tot opheffing van beslag en teruggave aan klager (vader van partner van A). HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. toepasselijke maatstaf of buiten redelijke twijfel is dat derde die ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt als eigenaar moet worden aangemerkt en, zo ja, of zich situatie van art. 94a.4 of 94a.5 Sv voordoet. Rb heeft geoordeeld dat OvJ heeft nagelaten te onderbouwen wat het "strafvorderlijk belang bij handhaving van het resterende beslag is", in welk verband Rb slechts heeft overwogen dat zij "als meest dragend argument (...) de familiaire betrekking tussen de klager en A (...) volstrekt ontoereikend acht" en dat "op basis van het raadkamerdossier en het verhandelde ter raadkamerzitting, niet gebleken is van voldoende aanwijzingen dat het beslagene geheel of ten dele aan de klager is gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning te bemoeilijken of te verhinderen en dat klager dit wist of redelijkerwijze kon vermoeden". Gelet op hetgeen door OvJ is aangevoerd, in de kern neerkomend op de onderbouwde stelling dat een bedrag van ruim zes miljoen euro aan klager is gaan toebehoren en dat t.a.v. het meerdere van € 2.550.000,- en € 70.000,- sprake is van verhaalsfrustratie, is dat oordeel niet begrijpelijk. Daaraan doet niet af de constatering van Rb dat OvJ na sluiting van het onderzoek in raadkamer gedeeltelijk is teruggekomen op toezegging beslag tot deze bedragen van in totaal € 2.620.000,- op te heffen, mede in aanmerking genomen dat OvJ wel uitvoering heeft gegeven aan voornemen beslag op te heffen tot € 1.776.891,24 en resterend beslag op banktegoed van klager inmiddels nog is verminderd met € 843.108,76. Deze laatste vermindering heeft tot resultaat dat gelegde beslagen zijn verminderd met € 2.620.000,- tot thans nog op de rekening staand inbeslaggenomen bedrag van € 1.869.634,48. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/03551 B.

Advocaten

  • P.T.C. van Kampen
  • T.N.B.M. Spronken

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.