ECLI:NL:HR:2018:194
Hoge Raad · 13-02-2018 · zaaknummer 17/00400
Inhoudsindicatie
Doodslag door een ander in diens bovenlichaam te schieten, nadat deze verdachte met een ijzeren staaf had geslagen. Noodweerexces? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:456 m.b.t. vereisten voor een geslaagd beroep op noodweerexces. Hof heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat, nadat de noodzaak tot verdediging niet meer bestond, het bewezenverklaarde handelen van verdachte niettemin een onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging ontstaan door het eerdere slaan van verdachte door slachtoffer met een ijzeren staaf omdat verdachte bang en in paniek was. Dat oordeel is, mede gelet op ´s Hofs bewijsvoering en hetgeen aan het verweer ten grondslag is gelegd, niet onbegrijpelijk.
Advocaten
- A.J. Machielse
- J. Boksem
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
