ECLI:NL:HR:2018:1889
Hoge Raad · 09-10-2018 · zaaknummer 17/00352
Inhoudsindicatie
Salduz-problematiek. Is verdachte duidelijk gewezen op zijn recht op verhoorbijstand en heeft hij van dat recht ondubbelzinnig afstand gedaan? HR: art. 81.1 RO.CAG: uit de door het Hof vastgestelde f&o kan niet worden afgeleid dat verdachte 'duidelijk gewezen (is) op zijn recht op verhoorbijstand'. Het middel is in zoverre terecht voorgesteld. Dit leidt echter niet tot cassatie, omdat het verhoor van de verdachte in de onderhavige strafzaak plaatsvond op 4 november 2015 en toentertijd het door de HR erkende recht op verhoorsbijstand nog niet bestond. Beroep op o.m. EHRM Ibrahim e.a./VK (NJ 2017/452); Sitnevskiy en Chaykovskiy/Oekraïne (48016/06 en 7817/07) en HvJ Kolev e.a. (ECLI:EU:C:2018:392) leidt niet tot ander oordeel.
Advocaten
- B.F. Keulen
- S.F.W. van 't Hullenaar
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
