ECLI:NL:HR:2018:1688
Hoge Raad · 18-09-2018 · zaaknummer 17/01432
Inhoudsindicatie
Geen medewerking verleend aan bloedonderzoek, art. 163.6 WVW 1994. Opgave b.m. bij bekennende verdachte ex art. 359.3 Sv. Duidelijke en ondubbelzinnige bekentenis bij politie (“Ik weiger om een naald in me te laten steken”)? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AX5776 m.b.t. gevallen waarin kan worden volstaan met opgave b.m. en ECLI:NL:HR:2015:1342 t.a.v. vraag of sprake is van een bekennende verklaring. ‘s Hofs oordeel dat verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend in de zin van art. 359.3, tweede volzin Sv is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen de inhoud van het p-v van de terechtzitting in h.b. waaruit blijkt dat de verdediging de in het vonnis van de Pr opgenomen bewezenverklaring en bewijsvoering niet heeft bestreden en te kennen heeft gegeven dat verdachte in h.b. is gekomen wegens de strafmaat. Anders dan in het middel wordt aangevoerd, doet de omstandigheid dat verdachte tegenover de politie ook heeft verklaard dat hij geen drugs meer gebruikt daaraan niet af. Volgt verwerping.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- V.A. Groeneveld
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
