ECLI:NL:HR:2018:1135
Hoge Raad · 10-07-2018 · zaaknummer 17/00117
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Opzettelijke overtreding voorschrift gesteld bij art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, meermalen gepleegd door rechtspersoon door gewasbeschermingsmiddelen illegaal op de markt te brengen. 1. OM-cassatie. Zijn kosten van vernietiging van inbeslaggenomen illegaal op de markt gebrachte gewasbeschermingsmiddelen o.g.v. art. 8.c WED op verdachte te verhalen? 2. Cassatie verdachte. Verwerping beroep op niet-ontvankelijkheid OM. Ad 1. Opvatting dat art. 8.c WED grondslag biedt voor verhaal van kosten van vernietiging door de overheid van inbeslaggenomen gewasbeschermingsmiddelen, waarvan Hof heeft vastgesteld dat die in de zaak van medeverdachte moeten worden onttrokken aan het verkeer, is mede blijkens de bewoordingen van deze bepaling onjuist. Aan verdachte is niet een van de in art. 8.c WED bedoelde verplichtingen opgelegd die zij voor eigen rekening zou moeten uitvoeren. Mede gelet op art. 36a Sr was Hof ook overigens niet bevoegd als maatregel aan verdachte op te leggen aan de Staat de kosten te vergoeden van het vernietigen van inbeslaggenomen goederen die aan het verkeer moeten worden onttrokken. Ad. 2. Namens verdachte is ttz. in h.b. verweer gevoerd strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in de vervolging. Daarop diende Hof ex art. 358.3 en art. 359.2 Sv een gemotiveerde beslissing te geven. ‘s Hofs oordeel dat in redelijkheid voor de strafrechtelijke vervolging van verdachte kon worden gekozen ontbeert een toereikende motivering. Tegenover het gemotiveerde standpunt "dat op grond van het geldende handhavingsbeleid, waaraan het openbaar ministerie zich ondubbelzinnig heeft gecommitteerd (...), gekozen had moeten worden voor het opleggen van een bestuurlijke boete en niet voor strafvervolging", heeft Hof immers niet duidelijk gemaakt waarom het standpunt, dat o.g.v. de criteria genoemd in de van toepassing geachte Sanctiestrategie Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor een bestuurlijke sanctie en dus niet voor het inzetten van het strafrecht had moeten worden gekozen, niet wordt gevolgd. Beslissing is derhalve niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/00118 E.
Advocaten
- G.J.M. de Jager
- W.H. Vellinga
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
