ECLI:NL:HR:2018:1082
Hoge Raad · 10-07-2018 · zaaknummer 16/05605
Inhoudsindicatie
Openlijke geweldpleging in uitgaanscentrum van Arnhem door samen met een ander grof geweld te gebruiken tegen 3 willekeurige jongens, art. 141.2.1 Sr. Heeft het door verdachte gepleegde geweld lichamelijk letsel in de vorm van letsels aan het gezicht en hersenschudding bij aangever veroorzaakt? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AR3230 inhoudende dat zwaardere strafbedreiging van art. 141.2.1 Sr alleen van toepassing is op verdachte die zelf het bewezenverklaarde letsel heeft toegebracht, zodat verdachte o.g.v. deze bepaling niet strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor het door zijn mededaders i.h.k.v. het openlijke geweld veroorzaakte letsel. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit de bewijsvoering niet z.m. kan worden afgeleid dat het het door verdachte op aangever uitgeoefende geweld is geweest waardoor bij aangever het bewezenverklaarde letsel is ontstaan, is de bewezenverklaring in zoverre onvoldoende met redenen omkleed. HR neemt in aanmerking dat Hof niet heeft gemotiveerd waarom de omstandigheid dat blijkens de b.m. ook door een ander of anderen in vereniging geweld tegen aangever is uitgeoefend dat geëigend kan zijn enig lichamelijk letsel toe te brengen, i.c. niet in de weg staat aan het bewezenverklaarde, aan verdachte toe te rekenen gevolg van zijn geweldshandelingen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
- J. Kuijper
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
