ECLI:NL:HR:2018:1074
Hoge Raad · 03-07-2018 · zaaknummer 16/05190
Inhoudsindicatie
Diefstal van geldbedrag door op naar klanten verzonden facturen i.p.v. het voorbedrukte bankrekeningnummer van bedrijf waarvoor verdachte werkzaam was zijn eigen bankrekeningnummer te vermelden. “Toebehoren” i.d.z.v. art. 310 Sr? Hof heeft vastgesteld dat verdachte, die werkzaam was voor A Dienstverlening, t.z.v. door A Dienstverlening uitgevoerde werkzaamheden facturen heeft verzonden aan klanten van A Dienstverlening zonder daartoe gerechtigd te zijn en dat verdachte daarbij het voorbedrukte bankrekeningnummer van A Dienstverlening heeft vervangen door zijn eigen bankrekeningnummer, waarna een aantal aldus aangeschreven klanten geldbedragen heeft overgemaakt op de rekening van verdachte. ’s Hofs oordeel dat die aan verdachte overgeboekte geldbedragen "toebehoorden" aan B en/of A Dienstverlening op de grond dat B en/of A Dienstverlening t.z.v. die bedragen een vordering had op zijn/haar klanten, is niet begrijpelijk. Het enkele bestaan van een vorderingsrecht brengt nog niet mee dat een daarmee corresponderend, zich nog onder de debiteur bevindend geldbedrag reeds aan de crediteur "toebehoort" i.d.z.v. art. 310 Sr. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
- V.A. Groeneveld
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
