ECLI:NL:HR:2017:972
Hoge Raad · 30-05-2017 · zaaknummer 15/04393
Inhoudsindicatie
Laatste woord, art. 311.4 Sv. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR: 2015:1239 m.b.t. het recht op het laatste woord. Het Hof is bij zijn beslissing om verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vooronderstelling dat hetgeen verdachte verder wilde aanvoeren slechts nodeloze herhalingen zou bevatten van aspecten die reeds bij de behandeling van de zaak aan de orde zijn geweest. Op welke f&o die veronderstelling is gebaseerd blijkt niet uit het p-v van de tz. in h.b., terwijl daaruit evenmin blijkt dat verdachte na de onderbreking door de voorzitter nog in de gelegenheid is gesteld het woord te voeren. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- H. Bakker
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
