ECLI:NL:HR:2017:890
Hoge Raad · 16-05-2017 · zaaknummer 15/02973
Inhoudsindicatie
Kosten rechtsbijstand ten onrechte betrokken bij opgelegde schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1533, NJ 1999/801 en ECLI:NL:HR:2000:ZD1786, NJ 2000/413 inhoudende dat kosten van rechtsbijstand niet zijn aan te merken als rechtstreekse schade en evenmin in aanmerking kunnen worden genomen bij de oplegging van een maatregel a.b.i. art. 36f.1 Sr. Het moet ervoor worden gehouden dat het door het Hof aan b.p. A toegewezen bedrag van € 1.102,50 als vergoeding van de door hem geleden materiële schade, ziet op de door A gevorderde vergoeding van kosten voor rechtsbijstand en dat het Hof die kosten in aanmerking heeft genomen bij de oplegging van de maatregel a.b.i. art. 36f.1 Sr. Daarmee heeft het Hof het voorgaande miskend. HR vermindert het bedrag van de opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat en het aantal dagen vervangende hechtenis.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- B. Kizilocak
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
