ECLI:NL:HR:2017:524
Hoge Raad · 28-03-2017 · zaaknummer 15/05931
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Duur proeftijd. Art. 14b.2 Sr. HR: ‘s Hofs oordeel dat i.c. niet is voldaan aan de in art. 14b.2 Sr genoemde voorwaarde dat ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, is onjuist noch onbegrijpelijk. HR neemt in aanmerking dat de bewezenverklaring onder 1 (kort gezegd: verwerven en zich toegang verschaffen tot, alsmede het in bezit en voorraad hebben van kinderporno, art. 240b Sr) geen gedragingen bevat die onmiskenbaar zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Ook de klacht dat het Hof, gelet op het bewezen verklaarde bezit van dierenporno, art. 14b.3 Sr in zijn oordeel had “dienen te betrekken” en daarvan “rekenschap te geven”, faalt. Conclusie AG: onder meer rechtsvergelijking m.b.t. kinderporno (Duitsland, België en Engeland) en vergelijking met de verlenging van de TBS, in het kader waarvan “misdrijf gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen” eveneens van belang is.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- P.T. Verweijen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
