ECLI:NL:HR:2017:3210
Hoge Raad · 19-12-2017 · zaaknummer 16/02589
Inhoudsindicatie
Aanwezigheidsrecht, art. 588a.1.c Sv De vermelding van het adres in de schriftelijke bijzondere volmacht kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave door verdachte van een adres i.d.z.v. art. 588a.1.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. De stukken van het geding houden niet iets in waaruit kan volgen dat de verzending van een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres ex art. 588a.3 Sv achterwege kon blijven. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ttz. te schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek ttz. tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ttz. in h.b. en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BX4736).
Advocaten
- A.E. Harteveld
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
