ECLI:NL:HR:2017:31
Hoge Raad · 10-01-2017 · zaaknummer 16/02322
Inhoudsindicatie
Herziening. Zedenzaak. Aanvraag door zuster en moeder van de overleden veroordeelde. Aanvraag door zuster: n-o ingevolge art. 458.1 Sv omdat de aanvraag mede is gedaan door de moeder. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:736. Rapport van de deskundige komt erop neer dat hij de verklaring van de getuige anders weegt dan het Hof heeft gedaan, hetgeen niet voldoende is om het voor herziening vereiste "ernstige vermoeden" te wekken. Voorts bevat het rapport geen nieuw of gewijzigd deskundigeninzicht. Ook overigens bevat het rapport geen f&o die kunnen worden beschouwd als een gegeven in de zin van art. 457 Sv en dat het vereiste “ernstige vermoeden” wekt. V.zv. de aanvraag zich erop beroept dat veroordeelde aangifte heeft gedaan, kan dit niet worden beschouwd als een gegeven in de zin van art. 457 Sv. De aanvraag is kennelijk ongegrond. De HR acht geen grond aanwezig tot inwilliging van het verzoek tot het (doen) instellen van een nader onderzoek.
Advocaten
- M. Wezepoel
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
