ECLI:NL:HR:2017:2642
Hoge Raad · 17-10-2017 · zaaknummer 16/03612
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Vertrouwensbeginsel. Niet-ontvankelijkheid OM nu toezegging dat verdachte de vergoeding van de schade aan de b.p. in termijnen mocht betalen achteraf onjuist bleek? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:2982 m.b.t. het vertrouwensbeginsel. Oordeel Hof dat verdachte in de gegeven omstandigheden niet gerechtvaardigd erop heeft mogen vertrouwen dat hij in deze zaak niet zou worden vervolgd, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Daarbij neemt de HR in aanmerking dat verdachte aan de onjuiste mededeling omtrent de mogelijkheid van termijnbetaling niet het vertrouwen heeft kunnen ontlenen dat hij geheel van de als voorwaarde ter voorkoming van strafvervolging gestelde verplichting tot vergoeding van de schade zou zijn bevrijd. Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- P.C. Vegter
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
