ECLI:NL:HR:2017:246
Hoge Raad · 14-02-2017 · zaaknummer 16/05238
Inhoudsindicatie
Herzieningsaanvrage kennelijk ongegrond. Drie medeverdachten die, anders dan aanvraagster, in hoger beroep zijn gegaan tegen de veroordeling wegens het medeplegen van een gewapende overval van een woning, zijn vrijgesproken. De enkele omstandigheid dat de aangeefster in het kader van de in h.b. gevoerde strafprocedures tegen medeverdachten mogelijk anders heeft verklaard dan in eerste aanleg, kan niet worden aangemerkt als een nieuw gegeven in de zin van art. 457 Sv. De overweging van het Hof biedt daartoe geen enkele indicatie. Hoe die verklaring luidde staat bovendien niet vast, terwijl aanvraagster omtrent de inhoud van die verklaring ook niet over eigen wetenschap beschikt. De juistheid van de inhoud van de anonieme brief – afkomstig van een “nicht” van de aangeefster, waaruit valt af te leiden dat de overval door de aangeefster is geënsceneerd – is onvoldoende onderbouwd en controleerbaar. De enkele bewering dat van een geënsceneerde overval sprake was, levert bovendien geen nieuw gegeven op. Het verweer dat de overval zou zijn geënsceneerd was immers ook reeds bij de Rb. gevoerd en is door de Rb. gemotiveerd verworpen.
Advocaten
- T. Lucas
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
