ECLI:NL:HR:2017:2407
Hoge Raad · 19-09-2017 · zaaknummer 16/02162
Inhoudsindicatie
Schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 344a.3 Sv. Het Hof heeft tot het bewijs gebezigd de in een p-v van de verbalisant opgenomen verklaringen van drie onbekend gebleven mannen. De verdediging heeft ttz. in h.b. verzocht deze personen als getuige op te roepen, welk verzoek door het Hof is afgewezen. Aldus is sprake van de in art. 344a.3 sub b Sv bedoelde situatie, namelijk dat namens verdachte op enig moment in het geding de wens is te kennen gegeven om de persoon als bedoeld in de aanhef van die bepaling te ondervragen of te doen ondervragen. Gelet daarop stond art. 344a.3 Sv in de weg aan het gebruik van het bedoelde p-v voor het bewijs. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- P.C. Vegter
- P.H.L.M. Souren
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
