ECLI:NL:HR:2017:1167
Hoge Raad · 27-06-2017 · zaaknummer 15/05113
StrafrechtGepubliceerd 27-06-2017
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Rechtsgevolg vormverzuim ex art. 359a Sv. HR: art. 81.1 RO. CAG: Het middel, dat ervan uitgaat dat in h.b. een verweer a.b.i. art. 359a Sv is gevoerd, mist feitelijke grondslag, omdat in feitelijke aanleg niet duidelijk en gemotiveerd aan de hand van o.m. de factoren van art. 359a.2 Sv is beredeneerd waarom het bewijs zou moeten worden uitgesloten.
Advocaten
- A.J. Machielse
- C.F. Korvinus
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
