ECLI:NL:HR:2017:1160
Hoge Raad · 27-06-2017 · zaaknummer 15/05812
Inhoudsindicatie
H.b. te laat ingesteld, art. 408.1.c Sv. Het Hof heeft vastgesteld dat een verbalisant heeft getracht de dagvaarding voor de tz. van de Pr aan verdachte uit te reiken, doch dat dit niet is gelukt omdat verdachte weigerde het stuk in ontvangst te nemen, waarop de verbalisant de inhoud daarvan heeft medegedeeld aan verdachte. Gelet hierop getuigt ’s Hofs oordeel dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de tz. in e.a. aan verdachte tevoren bekend was en dat hij binnen 14 dagen na de in e.a. gegeven einduitspraak h.b. had moeten instellen, niet van een onjuiste rechtsopvatting terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. CAG: anders.
Advocaten
- G.E.M. Later
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
