ECLI:NL:HR:2017:1066
Hoge Raad · 09-06-2017 · zaaknummer 16/03807
Inhoudsindicatie
Cassatieprocesrecht. Personen- en familierecht. Mag verweerder in cassatie pas in geding verschijnen nadat conclusie A-G is genomen? HR 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4709, NJ 2001/653. Aan Borgersbrief te stellen eisen; art. 44 lid 3 Rv; HR 13 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3673, NJ 2001/513; HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:675, NJ 2015/305. Huwelijksgoederenrecht. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Draagplicht voor door partijen gezamenlijk aangegane geldlening (met hypothecaire zekerheid op gemeenschappelijk woonhuis), waarvan het bedrag door de man is doorgeleend aan zijn broer. Art. 1:100 BW; redelijkheid en billijkheid; HR 7 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0071, NJ 1991/593; HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1749, NJ 2012/407.
Advocaten
- L.A.D. Keus
- M.E. Bruning
- M.E.M.G. Peletier
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
