ECLI:NL:HR:2016:616
Hoge Raad · 12-04-2016 · zaaknummer 14/06401
Inhoudsindicatie
Veroordeling ex art. 197 Sr: verblijf in NL na inreisverbod. Verwerping van ttz. gevoerd verweer dat het tegen verdachte uitgevaardigde inreisverbod in strijd is met het Europees Unierecht. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2854 m.b.t. de taakverdeling tussen straf- en bestuursrechter en de gevolgen hiervan voor verweren als i.c. gevoerd, ingeval de bestuursrechter bij onherroepelijke uitspraak heeft beslist over het inreisverbod. Het hof heeft tot uitdrukking gebracht dat de aan het verweer ten grondslag gelegde f&o niet toereikend zijn voor de gevolgtrekking dat het tegen verdachte uitgevaardigde inreisverbod evident in strijd is met rechtstreeks werkende bepalingen van Unierecht. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. CAG: anders.
Advocaten
- A.J. Machielse
- B.P. de Boer
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
