ECLI:NL:HR:2016:407
Hoge Raad · 15-03-2016 · zaaknummer 14/01154
Inhoudsindicatie
1. Salduz. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BH3079 en ECLI:NL:HR:2015:3608. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof geoordeeld dat verdachte tijdens het in het middel bedoelde verhoor "terecht (...) door de politie als getuige en niet als verdachte [is] aangemerkt", waarmee het Hof tot uitdrukking heeft gebracht dat op het moment dat dit verhoor plaatsvond de verbalisanten in redelijkheid hebben kunnen aannemen dat t.a.v. verdachte nog geen redelijk vermoeden van schuld i.d.z.v. art. 27.1 Sv aanwezig was. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk gelet op hetgeen het Hof heeft vastgesteld omtrent de omstandigheden voorafgaand en tijdens het verhoor. Het hierop voortbouwende oordeel van het Hof dat verdachte zich t.t.v. het verhoor niet in een met een aanhouding vergelijkbare situatie bevond en dat de bedoelde verklaring voor het bewijs kan worden gebezigd, geeft in het licht van het voorgaande niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. 2. Strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie. 3. Middelen voor het overige: art. 81.1 RO.
Advocaten
- M.E. van der Werf
- R.J. Baumgardt
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
