ECLI:NL:HR:2016:2021
Hoge Raad · 06-09-2016 · zaaknummer 14/06186
Inhoudsindicatie
Bedrieglijke bankbreuk, art. 341.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1996:ZD0569, NJ 1997/138, i.h.b. dat indien goederen buiten het faillissement vallen omdat ze aan een derde toebehoren geen sprake kan zijn van goederen die “rechtens onder het bereik en beheer van de curator in het faillissement behoorden te komen”. Het Hof heeft de juistheid in het midden gelaten van de stellingen van de verdediging dat een groot aantal goederen was geleased of gekocht door een derde en derhalve niet aan de B.V. in eigendom toebehoorde. Gelet hierop en in aanmerking genomen het vooropgestelde is het oordeel van het Hof dat deze goederen evenwel vanwege de rechten en plichten uit de leaseovereenkomst goederen waren die rechtens onder bereik en beheer van de curator in het faillissement behoorden te komen, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Samenhang met 14/06508.
Advocaten
- I.T.H.L. van de Bergh
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
