ECLI:NL:HR:2016:108
Hoge Raad · 26-01-2016 · zaaknummer 15/00443
Inhoudsindicatie
(Putatief) noodweer en noodweerexces. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BK4788 m.b.t. het feit dat een beroep op noodweer niet kan worden aanvaard ingeval de gedraging van degene die zich op deze exceptie beroept, noch o.g.v. diens bedoeling noch o.g.v. de uiterlijke verschijningsvorm van de gedraging als “verdedigend” kan worden aangemerkt, maar – naar de kern bezien – als aanvallend, bijvoorbeeld gericht op een confrontatie of deelneming aan een gevecht en dat in zo een geval ook een beroep op noodweerexces of op putatief noodweer niet kan slagen. Gelet op de feitelijke vaststellingen is ’s Hofs oordeel dat zowel het beroep op (putatief) noodweer als op noodweerexces moet worden verworpen aangezien de gedraging van verdachte “naar de uiterlijke verschijningsvorm kan worden aangemerkt als aanvallend”, niet onbegrijpelijk, terwijl in diezelfde vaststellingen besloten ligt dat ook op grond van de bedoeling van verdachte zijn gedraging als aanvallend moet worden aangemerkt. E.e.a. draagt de verwerping van de verweren zelfstandig, zodat de middelen falen. Conclusie AG: anders.
Advocaten
- I.T.H.L. van de Bergh
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
