Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2015:941

Hoge Raad · 14-04-2015 · zaaknummer 14/02240

StrafrechtGepubliceerd 14-04-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO. Gelet op de wettelijke strafmaxima en in aanmerking genomen de door het Hof opgelegde straf en ’s Hofs motivering van die straf, is het belang van verdachte bij zijn cassatieberoep niet evident. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2012:BX0146. De schriftuur bevat niet een in zo een geval vereiste toelichting m.b.t. het belang bij het ingestelde cassatieberoep en het - rechtens te respecteren - belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak. De enkele stelling dat het Hof bij “de strafoplegging is uitgegaan van artikel 311 lid 2 Sr, hetgeen met aanzienlijk meer straf is bedreigd dan diefstal in vereniging gepleegd door middel van braak”, is - gelet op de opgelegde straf en ’s Hofs strafmotivering - daartoe ongenoegzaam. De HR verklaart daarom - gezien art. 80a RO - het beroep in cassatie n-o.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.