ECLI:NL:HR:2015:858
Hoge Raad · 10-04-2015 · zaaknummer 14/00554
Inhoudsindicatie
Douanerechten; art. 220, lid 2, letter b, en art. 239 CDW; navordering op de grond dat de certificaten van oorsprong Bangladesh ongeldig zijn wegens aldaar gepleegde fraude; geen ‘vergissing’ autoriteiten Bangladesh; het door de Inspecteur gedurende 14 maanden zonder enige verificatie van gedane aangiften toepassen van een preferentieel tarief is geen door Nederlandse douaneautoriteiten gemaakte ‘vergissing’, ook niet wanneer in aanmerking wordt genomen dat het certificaten van oorsprong betreft van een land waar eerder fraude bij de afgifte van certificaten is vastgesteld en de aangever ervan is uitgegaan dat de Inspecteur en de Europese Commissie verscherpt toezicht houden; toepassing van art. 239 CDW kan in deze procedure niet aan de orde komen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
