ECLI:NL:HR:2015:36
Hoge Raad · 09-01-2015 · zaaknummer 13/03881
Inhoudsindicatie
Procesrecht; internationale bevoegdheid Nederlandse rechter; art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo. Vordering tot vergoeding van vermogensschade van in Nederland gevestigde rechtspersoon tegen elders woonachtige personen op grond van onrechtmatig handelen in Tsjechië. Prejudiciële vragen aan HvJEU. Omvat de ‘plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ in art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo het geval dat in het ‘Erfolgsort’ uitsluitend vermogensschade is ingetreden en die schade het rechtstreeks gevolg is van een onrechtmatige gedraging in het ‘Handlungsort’? Zo ja, hoe dient te worden bepaald (a) of sprake is van ‘initiële vermogensschade’ dan wel ‘gevolgschade’ en (b) waar de vermogensschade is ingetreden of wordt geacht te zijn ingetreden? Dient bij de beoordeling van de bevoegdheid acht te worden geslagen op hetgeen de verweerder heeft aangevoerd?
Advocaten
- A. Knigge
- F. Kroes
- F.E. Vermeulen
- P. Vlas
- P.A. Fruytier
Partijen
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
