ECLI:NL:HR:2015:3347
Hoge Raad · 24-11-2015 · zaaknummer 14/02453
Inhoudsindicatie
Na griffiersbetekening appeldagvaarding doch vóór tz. in h.b. heeft verdachte zich alsnog ingeschreven in de GBA. 1. Betekeningsperikelen. 2. Verstek. Aanwezigheidsrecht. Ad 1. De opvatting dat verdachte niet rechtsgeldig is gedagvaard voor de ttz. in h.b. nu hij zich, na de - rechtsgeldige - betekening van die dagvaarding aan de Griffier van de Rb, doch vóór de aanvang van het onderzoek ttz. alsnog in de GBA heeft ingeschreven en de appeldagvaarding niet op de voet van art. 588 Sv aan dit GBA-adres is betekend, is onjuist. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Indien verdachte na de rechtsgeldige betekening van de dagvaarding aan de Griffier van de Rb op de grond dat van verdachte geen woon- of verblijfplaats bekend is, doch voor de aanvang van het onderzoek ttz. alsnog in de GBA is ingeschreven, zonder dat dit de rechter bekend was, bestaat de mogelijkheid dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Het p-v van de tz. in h.b. vermeldt dat verdachte “zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande” is. Uit de stukken van het geding volgt dat verdachte t.t.v. de behandeling van zijn strafzaak in h.b. in de GBA was ingeschreven zodat het oordeel van het Hof dat van verdachte geen woon- of verblijfplaats bekend was en verstek kon worden verleend en het onderzoek ttz. kon worden voortgezet, achteraf bezien onjuist is.
Rechters
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
- G. van der Steen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
