ECLI:NL:HR:2015:2980
Hoge Raad · 06-10-2015 · zaaknummer 14/03925
Inhoudsindicatie
N-o verklaring in hoger beroep. Tevoren bekend zijn a.b.i. art. 408.1 onder c Sv. ’s Hofs oordeel dat verdachte tevoren bekend was met de dag van de tz. van 3 juli 2013 waarop de hoofdzaak zou dienen nu 1. de inl. dagv. voor de tz. van 3 juli 2013 door de griffier als gewone brief is verzonden naar het GBA-adres van de verdachte en 2. de oproeping vordering TUL met daarbij vermelding van het parketnr. in de hoofdzaak op 28 mei 2013 aan een schriftelijk gemachtigde is uitgereikt , is zonder nadere motivering niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat uit de onder 1. genoemde omst. niet zonder meer volgt dat verdachte tevoren kennis droeg van de dag waarop de hoofdzaak zou dienen en zulks evenmin zonder meer uit de onder 2. genoemde omst. kan volgen.
Advocaten
- J.J. Weldam
- P.C. Vegter
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
