ECLI:NL:HR:2015:268
Hoge Raad · 10-02-2015 · zaaknummer 12/05917
Inhoudsindicatie
Geklaagd wordt dat de bewezenverklaring van beroeps- of bedrijfsmatig handelen a.b.i. art. 11.3 Ow i.c. ten onrechte is gekwalificeerd als “meermalen gepleegd”. Bij deze klacht over het ten onrechte toepassing geven aan art. 57 Sr mist vd een voldoende rechtens te respecteren belang. Gelet op de strafmaxima bij de door het hof toegepaste strafbepalingen - zes jaar - , het toepasselijke strafmaximum als art. 57.2 Sr van toepassing zou zijn - acht jaar - en de door het hof opgelegde gevangenisstraf - 12 maanden - is het belang van vd bij de klacht niet evident. Van de verdediging mag in een dergelijk geval, gelet op art. 80a RO, in redelijkheid worden verlangd dat zij in de cassatieschriftuur een toelichting geeft m.b.t. het belang bij de klacht en daartoe is de enkele stelling in de cassatieschriftuur dat een ongebreidelde cumulatie van strafoplegging dreigt niet genoegzaam. Overschrijding redelijke termijn.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
