ECLI:NL:HR:2015:2459
Hoge Raad · 01-09-2015 · zaaknummer 14/05453
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. 1. Art. 36e.8 (oud) Sr. Bij de toepassing van art. 36e.8 (oud) Sr komt slechts in aanmerking de in rechte onherroepelijk toegekende vordering van een (rechts)persoon strekkende tot vergoeding van diens schade als gevolg van het feit waarop de ontnemingsvordering (mede) steunt. De aan de b.p. toegekende vordering strekt tot vergoeding van de schade die deze heeft geleden als gevolg van het in de strafzaak tegen de betrokkene onder 19 bewezenverklaarde feit. In aanmerking genomen dat de ontnemingsvordering blijkens de overwegingen van het Hof niet (mede) steunt op dat feit, is ’s Hofs oordeel dat bij de bepaling van het bedrag waarop het w.v.v. moet worden geschat de vordering van de b.p. niet in mindering behoeft te worden gebracht, juist. 2. Overschrijding redelijke termijn. De compensatie zal kunnen worden toegepast in de hoofdzaak, die onder meer wat betreft de strafoplegging wordt teruggewezen naar het Hof.
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
- R.J. Baumgardt
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
