ECLI:NL:HR:2015:139
Hoge Raad · 27-01-2015 · zaaknummer 14/01765
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag. OM-cassatie. Met toepassing van de juiste maatstaf bij de beoordeling van een op de voet van art. 94a Sv gelegd beslag, heeft de Rb beoordeeld of zich hier het geval voordoet dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan klager een verplichting tot betaling van een geldbedrag van € 1.600.000,- ter ontneming van w.v.v. zal opleggen. De Rb heeft dat hoogst onwaarschijnlijk geacht. Aan dit oordeel heeft de Rb i.h.b. ten grondslag gelegd dat klager in de tegen hem gerichte strafzaak bij (niet onherroepelijk) vonnis van de Rb Haarlem is vrijgesproken van het gedeelte van de tll. dat ziet op de criminele organisatie X, waarbinnen de facturen van Y de grondslag vormen voor het in de ontnemingszaak gevorderde bedrag van € 1.600.000,-. De Rechtbank had bij haar oordeel evenwel niet mogen vooruitlopen op de mogelijke uitkomst van de strafzaak.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- I. Jadib
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
