ECLI:NL:HR:2015:1334
Hoge Raad · 26-05-2015 · zaaknummer 14/02617
Inhoudsindicatie
Beroep op noodweer(exces) en putatief noodweer. ‘Garantenstellung’. ’s Hofs oordeel dat het beroep op noodweer(exces) moet worden verworpen omdat de gedragingen van verdachte (politieambtenaar) niet geboden zijn geweest ter noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarbij wordt i.h.b. in aanmerking gekomen dat - naar het Hof niet onbegrijpelijk heeft vastgesteld - X en Y zo kort na het gebukt passeren van het gat in de winkeldeur zijn neergeschoten dat er geen sprake van kan zijn geweest dat X en Y in de richting van verdachte bleven doorlopen, zodat van enige concrete dreigende agressie gericht tegen verdachte niet is gebleken. In het licht van deze vaststellingen geeft ’s Hofs oordeel dat het beroep op putatief noodweer moet worden verworpen omdat niet kan worden gezegd dat verdachte redelijkerwijs mocht vermoeden dat hij werd aangevallen, evenmin blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dit oordeel ook niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarbij verdient opmerking dat het Hof bij de beoordeling van het beroep op putatief noodweer betekenis mocht toekennen aan verdachtes capaciteiten gezien in het licht van hetgeen in een situatie als de onderhavige - gelet op zijn beroep, opleiding en training - mag worden verwacht van een politieambtenaar (de zgn. ‘Garantenstellung’).
Advocaten
- E.D. van Elst
- F.W. Bleichrodt
- J. Boksem
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
