ECLI:NL:HR:2015:1232
Hoge Raad · 12-05-2015 · zaaknummer 14/00311
Inhoudsindicatie
Beraadslaging n.a.v. ottz. Art. 422.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AY9214 m.b.t. het feit dat niet-naleving van het voorschrift dat de rechter beraadslaagt n.a.v. het ottz. in de wet niet uitdrukkelijk met nietigheid is bedreigd en zodanige nietigheid evenmin voortvloeit uit de aard van het voorschrift. Niet-naleving leidt eerst dan tot nietigheid indien verdachte door het verzuim in enig belang is geschaad. I.c. heeft het Hof o.b.v. een na de sluiting van het ottz. gedaan onderzoek naar de personalia van de persoon die de verdediging als getuige wilde doen horen, vastgesteld dat deze reeds voor het tlgd. feit is overleden. Op grond hiervan heeft het Hof geoordeeld dat verdachte geen belang meer heeft bij heropening van het onderzoek en is het door de verdediging gedane verzoek tot het horen van de getuige aanstonds afgewezen. ’s Hofs oordeel dat i.c. heropening van het ottz. achterwege kon blijven geeft geen blijkt van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het voorschrift dat de rechter beraadslaagt n.a.v. het ottz. Gelet op het feit dat het Hof daarbij kennelijk in aanmerking heeft genomen dat het de verdediging te doen was om het horen van de betreffende getuige die blijkt te zijn overleden, is ’s Hofs oordeel dat verdachte geen belang heeft bij heropening van het onderzoek niet onbegrijpelijk. Conclusie AG: anders.
Rechters
Advocaten
- P.C. Vegter
- R.I. Takens
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
