ECLI:NL:HR:2015:1107
Hoge Raad · 21-04-2015 · zaaknummer 14/04309
Inhoudsindicatie
Beslagzaak. Verschoningsrecht advocaat. Art. 98 (oud) Sv. Art. 218 Sv. Maatstaf. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1991:ZC0422. Het oordeel van de Rb dat "gelet op de f &o en de wijze waarop art. 98.2 WSv moet worden uitgelegd" de inbeslaggenomen geschriften voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend is, mede beschouwd in het licht van hetgeen in voornoemd arrest is vooropgesteld en van hetgeen door de Rb omtrent die f & o is vastgesteld, alsmede gelet op hetgeen in dit verband bij de behandeling in raadkamer namens klaagster is aangevoerd, ontoereikend gemotiveerd. V.zv.de Rb in haar overwegingen als haar oordeel tot uitdrukking heeft willen brengen dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt, moet prevaleren boven het verschoningsrecht van de advocaat (vgl. ECLI:NL:HR:2002:AD9162) is dat oordeel eveneens ontoereikend gemotiveerd.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- R.J. Haakmeester
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
