ECLI:NL:HR:2014:858
Hoge Raad · 08-04-2014 · zaaknummer 12/02123
Inhoudsindicatie
Noodweer. Verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding zal niet noodzakelijk kunnen worden geacht, indien verdachte zich aan de aanranding had kunnen en moeten onttrekken. Het oordeel van het Hof dat het beroep op noodweer moet worden verworpen, steunt enkel op de grond dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte “zich niet heeft kunnen verwijderen uit de positie hangend over de op de grond op zijn zij liggende aangever heen”. Nu het Hof niet de vraag heeft beantwoord of van verdachte ook mocht worden gevergd dat hij “zich uit die positie zou hebben verwijderd”, is dat oordeel zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.
Advocaten
- C.C. Peterse
- P.C. Vegter
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
