ECLI:NL:HR:2014:852
Hoge Raad · 08-04-2014 · zaaknummer 13/01169
Inhoudsindicatie
Wederspannigheid. Art. 180 Sr. 1. Rechtmatige uitoefening van hun bediening. 2. Noodweer(exces). Ad 1. De opvatting dat het Hof bij de verwerping van het verweer (dat de verbalisanten niet werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening) geen acht had mogen slaan op de omstandigheid dat verdachte i.v.m. een openstaande boete gesignaleerd stond voor toepassing van het dwangmiddel gijzeling - a.b.i. art. 28 WAHV - aangezien de verbalisanten van die omstandigheid niet op de hoogte waren, getuigt van een verkeerde rechtsopvatting. Ad 2. Het middel kan bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.
Advocaten
- M.L. Plas
- W.H. Vellinga
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
politie
verdachte · overheid
Overheidspartijen
politie
verdachte
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
