ECLI:NL:HR:2014:63
Hoge Raad · 14-01-2014 · zaaknummer 12/03263
Inhoudsindicatie
Overschrijding redelijke termijn. ’s Hofs oordeel dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in e.a. is niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat verdachte op 26 juli 2006 in verzekering is gesteld en tussen die datum en 16 september 2009 (datum vonnis), meer dan drie jaren zijn verstreken. Daarvan uitgaande, is ’s Hofs oordeel dat gelet op de totale duur van de procedure in twee instanties en de geringe overschrijding van de redelijke termijn in de fase van h.b. tussen de datum waarop de Rb. vonnis heeft gewezen en 20 oktober 2011 (datum arrest), geen grond bestaat voor strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in beide instanties evenmin begrijpelijk.
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
- O.O. van der Lee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
