ECLI:NL:HR:2014:530
Hoge Raad · 11-03-2014 · zaaknummer 13/01255
Inhoudsindicatie
Verstekverlening. Aanwezigheidsrecht. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163 en ECLI:NL:HR:2004:AO9097. Het onderhavige geval wordt daardoor gekenmerkt dat – kennelijk na de betekening van de appeldagvaarding doch voor de aanvang van het onderzoek ttz.– alsnog een adres van verdachte bekend is geworden. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Gelet hierop is ‘s Hofs kennelijke oordeel dat er geen reden bestond om het onderzoek ttz. te schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen om alsnog in zijn tegenwoordigheid te worden berecht niet z.m. begrijpelijk.
Advocaten
- B.P. de Boer
- G. Knigge
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
