ECLI:NL:HR:2014:385
Hoge Raad · 18-02-2014 · zaaknummer 12/02626
Inhoudsindicatie
Opzettelijk medeplichtig zijn aan oplichting. Het Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte opzettelijk middelen en inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van de bewezenverklaarde oplichtingen door aan de dader een bankrekening en pinpas en pincode ter beschikking te stellen. Daartoe is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat verdachtes opzet telkens was gericht op het verschaffen van die middelen en inlichtingen a.b.i. art. 48.ahf.2º Sr, doch tevens dat verdachtes opzet al dan niet in voorwaardelijke vorm was gericht op de door de dader gepleegde misdrijven. Dat verdachte opzettelijk middelen en inlichtingen heeft verschaft tot de in de bewezenverklaringen genoemde misdrijven omdat sprake is “van een zodanig verband tussen de gedraging van verdachte en het gronddelict dat dit kon worden aangemerkt als voorwaardelijk opzet op dit gronddelict” kan niet z.m. worden afgeleid uit de door het Hof aan zijn oordeel ten grondslag gelegde f&o. Nadere motivering behoeft immers waarom de enkele vaststelling dat verdachte zijn bankrekening tegen een vergoeding aan een ander ter beschikking heeft gesteld het gestelde verband met het gronddelict meebrengt.
Advocaten
- T. Dreiling
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
