ECLI:NL:HR:2014:3544
Hoge Raad · 09-12-2014 · zaaknummer 13/05170
Inhoudsindicatie
Valse aangifte. Art. 188 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2011:BR2981 dat voor toepassing van art. 188 Sr voldoende is dat in de aangifte opzettelijk i.s.m. de waarheid, feiten worden meegedeeld in zodanige bewoordingen dat degene aan wie de aangifte wordt gedaan, daaruit moet begrijpen dat op zekere tijd en plaats een bepaald strafbaar feit is gepleegd. Het Hof heeft dit i.c. miskend. De omstandigheid dat verdachte toen zij aangifte deed het - i.s.m. de waarheid - heeft doen voorkomen “alsof zij nooit een relatie met X had gehad en - vanuit het niets - anderhalf jaar gestalkt werd” staat er niet aan in de weg dat daadwerkelijk sprake is geweest van het strafbare feit van belaging.
Advocaten
- G. Knigge
- J. Kuijper
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
