ECLI:NL:HR:2014:3498
Hoge Raad · 02-12-2014 · zaaknummer 13/02079
Inhoudsindicatie
Laster, art. 262.1 Sr. Blijkens de wetsgeschiedenis heeft het bestanddeel “wetende dat” een bijzondere, beperkte betekenis van daadwerkelijke wetenschap, waarvoor voorw. opzet niet toereikend is. ’s Hofs overweging dat de verdachte “willens en wetens minstgenomen de aanmerkelijke kans (heeft) aanvaard dat hij valse aantijgingen deed” getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Vernietiging en terugwijzing, de overige middelen behoeven geen bespreking.
Advocaten
- H.M.W. Daamen
- P.C. Vegter
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
