ECLI:NL:HR:2014:3380
Hoge Raad · 25-11-2014 · zaaknummer 13/02062
Inhoudsindicatie
Witwassen en hawala-bankieren. ‘s Hofs oordeel dat de geldbedragen die verdachte en zijn mededader i.h.k.v. het bedrijf van geldtransactiekantoor zonder vergunning voorhanden hebben gehad en hebben overgedragen ‘daarmee’ uit misdrijf afkomstig zijn, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Vermogensbestanddelen kunnen immers i.b. slechts worden aangemerkt als ‘afkomstig (…) uit enig misdrijf’ i.d.z.v. art. 420 quater Sr indien zij afkomstig zijn uit een misdrijf gepleegd voorafgaand aan het voorhanden hebben en het overdragen daarvan, terwijl de bewezenverklaring kennelijk niet ziet op de mogelijke opbrengst of verdiensten van het zonder vergunning voeren van een geldtransactiekantoor (vgl. ECLI:NL:HR:2014:3044).
Advocaten
- J. Kuijper
- W.H. Vellinga
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
