ECLI:NL:HR:2014:3302
Hoge Raad · 18-11-2014 · zaaknummer 13/03696
Inhoudsindicatie
Beslissing tot afwijzing van een door de verdediging gedaan verzoek. Het Hof heeft het door de raadsman bij appelschriftuur en nadien ttz. herhaalde verzoek klaarblijkelijk opgevat - niet als een verzoek tot het doen oproepen van de getuige, maar - als een verzoek dat ertoe strekt de deskundige een ‘onderzoek’ te laten instellen naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van de getuige. Die uitleg is, in het licht van de bewoordingen waarin het verzoek is gesteld, niet onbegrijpelijk. Het door de raadsman gedane verzoek is een verzoek aan de rechter a.b.i. art. 328 jo. art. 330 Sv om gebruik te maken van de in art. 316.1 Sv omschreven bevoegdheid. Maatstaf bij de beoordeling van dergelijke verzoeken is of de noodzaak van hetgeen wordt verzocht, is gebleken. Het Hof heeft bij zijn beslissingen tot afwijzing van voornoemd verzoek dus de juiste maatstaf toegepast. In aanmerking genomen voorts dat in de motivering van de afwijzingen besloten ligt dat het Hof zich voldoende ingelicht achtte, is zijn beslissing ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. Conclusie AG: anders.
Advocaten
- A.W. Syrier
- C. Ik
- P.C. Vegter
- R.A.R. Bullens
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
