ECLI:NL:HR:2014:3151
Hoge Raad · 11-11-2014 · zaaknummer 13/02376
Inhoudsindicatie
Verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 360 Sv. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460, inhoudende dat ex art. 360.1 en 4 Sv de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt a.b.i. art. 344a.3 Sv, op straffe van nietigheid nader behoort te motiveren. Dit betekent dat de rechter zal moeten aangeven dat aan de eisen van art. 344a.3 Sv is voldaan, terwijl hij tevens blijk ervan dient te geven zelfstandig de betrouwbaarheid van de anonieme verklaring te hebben onderzocht. Het Hof heeft i.s.m. art. 360.1 Sv nagelaten het gebruik van een p-v van politie - houdende een weergave van aan de politie verstrekte informatie door een onbekend gebleven persoon - nader te motiveren. Dit leidt ingevolge art. 360.4 Sv tot nietigheid.
Advocaten
- J.S. Nan
- P.C. Vegter
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
