ECLI:NL:HR:2014:2969
Hoge Raad · 14-10-2014 · zaaknummer 13/01131
Inhoudsindicatie
Art. 301.4 Sv. Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat de verklaring die X als verdachte ttz. in e.a. in zijn eigen strafzaak heeft afgelegd, geen deel uitmaakt van het dossier in de onderhavige strafzaak en die verklaring ook niet ttz. in h.b. aan de orde is gesteld, heeft verdachte i.c. geen rechtens te respecteren belang bij zijn klacht. De strafzaak van verdachte is op de tz. in h.b. gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaken van X en Y. De verklaring die X in de onderhavige zaak als getuige ttz. in h.b. heeft afgelegd bestaat nagenoeg geheel uit (de weergave van) de verklaring die hij als verdachte ttz. in h.b. heeft afgelegd. De inhoud van die verklaring komt naar het kennelijke - en niet onbegrijpelijke - oordeel van het hof in essentie overeen met de inhoud van de verklaring die als bewijsmiddel A is opgenomen. Nadat de getuige X zijn verklaring had afgelegd, hebben verdachte en zijn raadsman de gelegenheid gekregen opmerkingen te maken en aan de getuige vragen te stellen. Door de in bewijsmiddel A genoemde verklaring van X voor het bewijs te bezigen, is verdachte niet in zijn verdedigingsbelang geschaad.
Advocaten
- T.N.B.M. Spronken
- W.H. Jebbink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
