ECLI:NL:HR:2014:2958
Hoge Raad · 14-10-2014 · zaaknummer 12/05852
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Art. 249.2.ahf onder 3 Sr, ontucht. In ’s Hofs overwegingen ligt als zijn oordeel besloten dat na de beëindiging van de behandelsessies tussen de aangeefster en de verdachte niet meer een zodanige relatie bestond dat de aangeefster kon worden aangemerkt als “iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd” als bedoeld in art. 249.2.ahf onder 3 Sr, zodat de seksuele handelingen die tussen beiden plaatsvonden niet kunnen worden aangeduid als “ontucht plegen” i.d.z.v. genoemd artikel. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is voorts, in aanmerking genomen dat het zozeer is verweven met waarderingen van feitelijke aard dat het in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst, niet onbegrijpelijk.
Advocaten
- M.S. de Groene
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
