ECLI:NL:HR:2014:1448
Hoge Raad · 17-06-2014 · zaaknummer 13/04388
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om b.p. als getuige te horen. Nu het de b.p. ex art. 334.1 Sv niet is toegestaan ter onderbouwing van haar vordering getuigen aan te brengen, staan de eisen van een eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM, i.h.b. de equality of arms, eraan in de weg dat wel aan verdachte de bevoegdheid zou toekomen m.b.t. deze vordering getuigen aan te brengen (Vgl. ECLI:NL:HR:2011:BQ0834). Het Hof heeft derhalve met juistheid geoordeeld dat het namens verdachte gedane verzoek tot het horen van een getuige over de vordering van de b.p. moet worden afgewezen. Dat dit verzoek betrekking had op het horen van de b.p. zelf m.b.t. haar vordering leidt niet tot een ander oordeel. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof het niet noodzakelijk geoordeeld gebruik te maken van zijn eigen bevoegdheid de b.p. te horen ter nadere toelichting van haar vordering.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
