ECLI:NL:HR:2014:123
Hoge Raad · 21-01-2014 · zaaknummer 12/01544
Inhoudsindicatie
Vordering b.p. Wettelijke rente. Artt. 6:162.1, 6:119.1 en 6:83 aanhef en onder b, BW. Middel b.p.: HR herhaalt HR 3 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW3559 inhoudende dat uit de bepalingen van het BW voortvloeit dat verdachte t.g.v. zijn onrechtmatige gedragingen jegens de b.p. jegens deze schadeplichtig is en dat hij zonder ingebrekestelling tevens de wettelijke rente verschuldigd is vanaf het moment dat de schade is ingetreden. Door te bepalen dat het toegewezen bedrag van de vordering van de b.p. pas vanaf de dag waarop het Hof zijn arrest heeft uitgesproken wordt vermeerderd met de wettelijke rente, heeft het Hof het voorgaande miskend. De HR doet de zaak zelf af.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- C.M.H. van Vliet
- J. Kelder
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
