ECLI:NL:HR:2014:1163
Hoge Raad · 20-05-2014 · zaaknummer 13/00094
Inhoudsindicatie
Strafoplegging. Art. 3 jo. art. 11.1 Opiumwet. Op handelen in strijd met een in art. 3 Ow gegeven verbod is in art. 11.1 van die wet als maximale vrijheidsstraf hechtenis van ten hoogste een maand gesteld. Gelet hierop is ’s Hofs overweging dat volgens de oriëntatiepunten straftoemeting hier een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf weken passend en geboden is en dat de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd zou zijn, onbegrijpelijk.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- P.M. Rombouts
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
