ECLI:NL:HR:2013:BZ7148
Hoge Raad · 16-04-2013 · zaaknummer 11/02580
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijkheid in h.b. Art. 450.3 Sv. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BJ7810. De brief van de raadsman, inhoudende dat hij namens zijn cliënt de griffiemedewerker verzoekt h.b. in te stellen tegen het vonnis van de Pr en dat hij door zijn cliënt bepaaldelijk gevolmachtigd is dit h.b. in te (laten) stellen, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als machtiging van verdachte aan de raadsman om de griffiemedewerker namens hem te machtigen h.b. in te stellen. ’s Hofs oordeel dat de brief geen bijzondere volmacht aan de griffiemedewerker inhoudt is niet begrijpelijk.
Advocaten
- A.J. Machielse
- R.P. Snorn
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
